Er zijn zorgen om de toename van soa’s. En niet alleen in Nederland. Ook in andere EU-landen worden meer soa’s gediagnosticeerd en is condoomgebruik gedaald. Ook de WHO maakt zich zorgen om de daling van condoomgebruik onder jongeren in Europa. De uitbraak van mpox liet zien dat nieuwe infectieziektes zich snel kunnen verspreiden door seksuele netwerken. Hoewel condooms de belangrijkste pijler voor soa-preventie blijven, zijn ze niet meer de enige manier om hiv en andere soa’s te voorkomen. De preventie van hiv is revolutionair veranderd door het bewijs dat goede hiv-behandeling de overdracht van hiv voorkomt.
Doordat we meer aandacht hebben voor de verschillende preventiemogelijkheden, is de positie van het condoom veranderd. Hoe kunnen we condoomgebruik stimuleren, gebruikmakend van wetenschappelijke inzichten? In deze e-learning leer je de belangrijkste redenen herkennen waarom iemand geen condoom gebruikt. Je leert belangrijke sociaalwetenschappelijke theorieën over gedragsverandering, seksualiteit en sociale normen. Ook leer je hoe sociale normen van invloed zijn op seks en condoomgebruik. En hoe deze normen door de tijd heen kunnen veranderen. En je leert hoe je deze theorieën toepast in je werk. Zo kun je beter aansluiten op de belevingswereld van een diverse groep jongeren.
Deze e-learning is bedoeld voor:
Doktersassistenten, verpleegkundigen en (huis)artsen.
In deze e-learning leer je:
- de belangrijkste barrières voor condoomgebruik herkennen.
- over de rol van sociale normen onder jongeren.
- over het COM-B-model voor gedragsverandering
- uitleggen hoe het wiel van gedragsverandering aansluit op het COM-B-model. En je kunt dit toepassen op condoomgebruik.
- uitleggen welke gendernormen en ‘seksuele scripts’ invloed hebben op condoomgebruik.
- factoren herkennen die condoomgebruik stimuleren en belemmeren in een gesprek.
- interventies om condoomgebruik te stimuleren indelen aan de hand van het wiel van gedragsverandering.
Hoelang duurt de e-learning?
Het duurt ongeveer 120 min. om de hele e-learning te doorlopen en alle opdrachten te maken.
Hoeveel accreditatiepunten krijg je?
Accreditatiebureau Sociale Geneeskunde (AbSg): in aanvraag
ABC1: in aanvraag
Kwaliteitsregister V&V en Register Zorgprofessionals: in aanvraag
Verpleegkundig Specialisten Register: in aanvraag
KABIZ: in aanvraag